- Shuffle
Toggle OnToggle Off
- Alphabetize
Toggle OnToggle Off
- Front First
Toggle OnToggle Off
- Both Sides
Toggle OnToggle Off
Front
How to study your flashcards.
Right/Left arrow keys: Navigate between flashcards.right arrow keyleft arrow key
Up/Down arrow keys: Flip the card between the front and back.down keyup key
H key: Show hint (3rd side).h key
![]()
PLAY BUTTON
![]()
PLAY BUTTON
![]()
144 Cards in this Set
- Front
- Back
|
Welke 5 families recptoren er zijn?
|
EGF,IGF,PDGF,FGF,TGFbeta
|
|
Welke receptoren zijn tyrosine kinase receptoren en welke serine/threonine?
|
ser/thr zijn TGFbeta receptoren, alle andere zijn tyr kinase.
|
|
Receptor familie 1 EGF. Hoe wordt EGFR receptor ook wel eens genoemd?
|
ErbB1 receptor
|
|
Wat is Erbb2 receptor?
|
deze receptor kan een dimeer met een ErbB1 receptor vormen, zonder een groei factor te binden.
|
|
Is er dimerisatie tussen ErbB2 receptoren en waarom wel of niet?
|
Geen dimerisatie, deze 2 receptoren hebben allebei positieve doemeinen daarom stoten ze elkaar af.
|
|
Wat zijn de consequenties voor de EGF receptoren met betrekking tot de aantal groeifactor aanwezig?
|
weinig GF - heterodimeren (ErbB2/ErbB1)
veel GF - homodimeren ( ErbB1/ErbB1) |
|
Wat zijn de ErbB3 receptoren?
|
ze hebben een defect in tyr kinase domain.
|
|
Kunnen ErbB3 dimeren vormen?
|
Ze kunnen zelf geen dimeren vormen maar wel heterodimeren met ErbB2.
|
|
Tot welke tumoren leidt overexpressie van EGFR?
|
*Long tumoren
*Hoofdhaalstumoren *glioblastomas (hersens) |
|
Welke 2 domainen hebben tyr kinase receptoren?
|
voor ATP en substraat
|
|
Welke kleine remmer zijn er voor EFG receptoren en hoe werken ze?
|
*Iressa, Tarceva
*EGFR specifieke tyr kinase remmers. * ze binden aan EGFR in ATP pocket. * met name in long tumoren is dit succesvol |
|
Wat doet herceptin en op welke type receptor?
|
Herceptin blokkeert ErbB2 receptor en zorgt voor afbraak van deze receptor.
|
|
Welke voorwaarde is er voor het gebruik van herceptin?
|
* alleen voor estrogeen ongevoelige cellen
|
|
Welke drug wordt gebruikt om de tumoren in estrogeen gevoelige cellen te bestrijden?
|
Tamoxifen
|
|
Hoe ziet IGF1 receptor eruit en waarvoor is deze verantwoordelijk?
|
*3 zwavel bruggen tussen 2 receptoren in de extracellulaire domain.
*zorgen voor de groei in de puberteit (geinduceerd door groeihormoon) |
|
Hoe ziet de IGF-2 receptor eruit en waarvoor zorgt deze receptor?
|
*6 mannoses aan de extracellulaire domain
*embryonale groeifactor *zorgt voor de internalisatie en afbraak van andere receptoren(?). |
|
Hoe wordt IGF-2 recptor nog genoemd?
|
Mannose-6-fosfaat receptor of scavenger receptor.
|
|
De groeifactoren binden met de grootste affiniteit aan hun eigen receptor. Welke GFs binden met LAGE affiniteit aan welke receptoren?
|
Insuline bindt aan IGF-1R en IGF2 bindt aan IGF-1R. IGF1 bindt aan zowel IGF2 als InsR.
|
|
Welke receptoren zijn er in PDGF familie?
|
twee receptoren PDGF alfa receptor en PDGF beta receptor
|
|
Welke groeifactoren zijn er voor PDGF familie?
|
PDGF-AA,AB en BB
|
|
Hoe ziet er een PDGF receptor eruit en waar komt deze tot de expressie?
|
* deze heeft 5 immunoglobuline like domainen
* split tyrosine kinase. *komt tot expressie in de mesodermale weefsel |
|
Wat doen A en B ketens in de PDGF receptor?
|
A keten: bindt alleen PDGFR alfa
B keten: bindt zowel PDGFR alfa als beta. |
|
Geef aan welke PDGFs geschikt zijn voor welke dimeren?
|
zie aantekeningen.
|
|
Welke vorm van PDGFR is oncogener dan de andere?
|
PDGF - BB : nivea van stimulus is hoger dan bij AA. dus BB is oncogene vorm.
|
|
Vertel voor wat zorgen de FGF receptoren in verschillende weefseltypen?
|
*mesoderm > groei
*neurale cellen > differentiatie , antiapoptose. *endotheelcellen > angiogenese ( nieuwe bloodvaatvorming) |
|
Welke FGF receptoren zijn er?
|
FGF1 - aFGF (acidic FGF )
FGF2 - bFGF (basic FGF) FGF4 -KFGF (Kaposi FGF) FGF7 -KgF (KErocyte GF) 1,2 geen signaal sequentie, 4,7 wel signaal sequentie. |
|
Waarvoor is de signaalsequentie essentieel?
|
voor de eiwit secretie.
|
|
Hoe zien er alle 4 receptoren van FGF familie eruit?
|
* extracellulaire 3 immunoglobine acting domainen
*splitkinase |
|
Wat vereist de dimerisatie van FGF receptoren?
|
heparine bindende GF
|
|
Wat is latente en actieve vormen van TGFbeta?
|
Latente vorm: met een pre-pro-TGFbeta
Actieve vorm: afbraak pro sequentie. |
|
Wat zijn de functies van TGFbeta?
|
*groeistimmulerend in de niet getransformeerde mesodermcellen.
- induceert expressie van PDFG-a en EGFR gen. *Groeiremmend factor ( meeste cellen) *inductie extracellulaire matrix eiwitten ( fibronectine,collageen) |
|
TGFbeta bestaat uit type I en II receptoren. Welke functies hebben deze subtypes?
|
1. zorgt voor de sygnalen in de cel.
2. bindt GFs ( ser / thr kinase zijn altijd actief) |
|
Hoe ziet er zo'n TGFbeta receptor eruit?
|
* type II rec zit aan de binnenkant van TGFbeta
*STK van type II fosforyleert serine domain op type I. Deze serine domain activeert STK domain en deze zorgt voor het doorgeven van de signalen in de cel. |
|
Wat zijn de eiwgenschappen van de receptor met K751A mutatie en hoe ziet deze eruit?
|
* deze receptor kan geen ATP meer binden.
* geen kinase activitiet * deze receptor kan wel gefosforyleerd worden door een andere receptor. |
|
Wat zijn de eigenschappen van de receptor met deltaC mutatie en hoe ziet deze eruit?
|
* geen kinase domainen, om gefosforyleerd te worden.
|
|
Kunnen K751A en deltaC wel een dimeer vormen?
|
Ja
|
|
Wat is een dominant mutant met betrekking tot deltaC en K751A?
|
Dominant negatief mutant is in staat om WT receptor de activiteit te remmen als het een compex is K751A/deltaC
|
|
Wat is pleiotrope respons?
|
aantal parallele paden geactiveerd en zijn allemaal essentieel om een cel tot groei te zetten.
|
|
Wat zijn de producten van de enzym PLC?
|
diacylglycerol (DAG) en IP3
|
|
Wat zijn de producten van de enzym
PLD>? |
fosfatide zuur (PA) en base
|
|
Teken een fosfolipid met de knipplaatsen van verschillende enzymen?
|
yeah
|
|
Teken de schema van geninductie.
|
yeah
|
|
Welke twee soorten G eiwitten zijn er?
|
1) Kleine G-ewitten (Ras,Rho,Rac)
2)heterotrimeren G-eiwitten ( G-protein coupled receptors). |
|
Wat doet GTPase?
|
hydrolyseert GTP tot GDP. Wekt via GAP ( GTPase activating protein).
|
|
Wat doet GTP exchange factor?
|
GDP naar GTP
|
|
Op welke twee manieren kan gentranscriptie geinduceerd worden?
|
1. Binding van een transcriptiefactor (NTFs werken in duos)
2. Modificatie NTF (bijvoorbeeld door fosforylatie). |
|
Teken de SRF ( serum responsive element), ERK(fosforylerings enzym) systeem.
|
yeah
|
|
Wat is de andere naam voor FOS/JUN en wat binden deze?
|
AP1 ( fos en jun samen) , binden aan TRE ( TPA responsive element)
|
|
Wat is de voorwaarde voor het ontstaan van tumor met betrekking tot TPA en mutatie?
|
Eerst moet mutatie zijn en daarna TPA geinduceerd worden.
|
|
Wat zijn cytokine receptoren?
|
Deze zijn G-protein gekoppelde receptoren ( serpantine receptoren). (3 transmembraan domainen).
|
|
Geef in tabel hoe Pi3K ,PLCgamma, en Ras bij veschillende receptoren actief zijn.
|
Yeah
|
|
Wat doet Gs eiwit en welke ligand heeft deze?
|
ATP > cAMP ( zorgt voor de upregulatie van adenylcylclase)
ligand - adrenaline |
|
Wat doet Gi eiwit en welke ligand heeft deze?
|
downregulatie van cAMP, daarnaast nog de opening van specifieke ionkanalen.
ligand - adenosine. |
|
Wat doet Gq eiwit en welke ligand heeft deze?
|
stimuleert PLCbeta, die zorgt voor de afbraak van IP2 in dag en IP3.
ligand - bradykinine. |
|
Beschrijf hoe Gs receptor leidt tot CREB cyclus?
|
yeah
|
|
Voor welke eiwitten codeert een virus genoom?
|
Pol - reverse transcriptase
env - enveloop gag- RNA bindend eiwit. Houdt RNA bij elkaar. onc - zorgt voor oncogenen transformatie tot tumor cellen. |
|
Wat doen cellulaire protooncogenen?
|
deze zorgen voor differentiatie en proliferatie van cellen.
|
|
Welke twee soorten protooncogenen zijn er?
|
1. RNA truncatie geactiveerd oncogen
2. Mutatie geactiveerd oncogen. |
|
Beschijf de rol van TGFbeta receptor m.b.t inductie van SMAD TFs.
|
Yeah
|
|
Welke oncogeen producten zijn er?
|
1.GFs
2.Groeifactor receptoren. 3.Second messendgers 4.Nucleaire eiwitten |
|
Geef een beschrijving van EGFR oncogen?
|
??
|
|
Welke second messenger oncogenen zijn er?
|
Sarc,Ras
|
|
Wat is Src?
|
*Src ( oncogeen gedeelte in sarcoma virus )
|
|
Welke domainen zijn er in Src en waarvoor zijn ze verantwoordelijk?
|
*Src heeft 3 domainen:
-SH3 proline rijk domain -SH2 bindt tyrosine fosfaat -SH1 tyrosine kinase afhankelijk van fosfaat groep heeft eiwit andere conformatie en activitiet. |
|
Wat is het verschil tussen v-src en c-src ?
|
*v-src gen in virus: mist tyosine dus staat altijd aan, net als geactiveerd c-src( door een mutatie). Deze c-src is altijd actief.
*c-src is proto oncogenic tyrosine kinase |
|
Beschrijf Ras oncogeen.
|
Er vinden mutaties in Ras*GTPase plaats waardoor de intrestieke GTPase niet meer werkt. Maar Ras activering Raf werkt continue want
RasGTP > Raf en RafGDP > niet tot Raf. |
|
Wat is p105 eiwit?
|
Deze is algemene regulator voor de celcyclus.
|
|
Wat bescrhijft Knudson tow hit model voor tumorogenese?
|
both on the activation of proto-oncogenes (genes that stimulate cell proliferation) and deactivation of tumor suppressor genes (genes that keep proliferation in check) are needed voor tumor.
|
|
Wat is p53
|
is een tumor supressor eiwit
|
|
welke DNA tumor virus zijn,voor welke oncogenen ze coderen en wat doen ze?
|
sv40 virus: LargeT oncogeen.
adenovirus: E1a oncogeen. Papillomavirus E6,E7 oncogenen. Deze oncogenen zorgen voor de wegvangen iewitten van de tumor spressor genen. |
|
Wat is de functie van retinoblastoma gen?
|
Het codeert voor p105 eiwit, algemene regulatie celcyclus.
|
|
Hoe werkt wt en m p53 geninductie en verklaar de dominant negatieve werking van p53 mutatie?
|
yeah
|
|
Wat is PTEN en waarvoor zorgt een mutatie in PTEN?
|
*PTEN is een fosfatase die pip3 naar pip2 omzet.
*mutaties in PTEN betekenen geen apoptose voor de cel. * PIP3 remt apoptose dus als er veel PTEN is die alles omzet dan is er te weinig PIP3 |
|
Hoe werkt de repressie van celdeling door RB eiwit. Teken de schema.
|
* RB is transcriptionele corespressor en onderdrukt E2F transcriptiefactor.
*E2F induceert MYC genen, S fase genen. |
|
Wat is een reversiebele manier waarop Rb can loslaten van E2F?
|
Fosforylatie van retinoblastoma door cyclin dependent kinases.
|
|
Wat zijn de cyclines (A,B,D,E)
|
ze reguleren de celcyclus, de cellen gaan een bepaalde fase van celcyclus in ) doen ze door activering van ciclin dependent kinases (cdk).
|
|
Welke cyclin dependet kinases en ciclines induceren G1>Go fase?
|
Cycline D en Cdk4
|
|
Welke cyclin dependet kinases en ciclines induceren G1>S1 transitie?
|
CyclE en Cdk2
|
|
Welke cyclin dependet kinases en ciclines induceren S fase?
|
cyclA en cdk2
|
|
Welke cyclin dependet kinases en ciclines induceren mitose?
|
cyclB en cdk1.
|
|
Teken een volledige schema van inductie van Rb met alle inhibitoren en de S fase inductie.
|
yeah
|
|
Welke mutaties zorgen ervoor dat de tumor niet meer in Go fase kan komen?
|
P53*, CDKI / InK* , TGFbetaR*
|
|
Beschijf initiatie,protmotie,progressie model van kanker.
|
*er is initiatie ( gen modificatie nodig die proces op gang zet) zoals p53 mutatie.
*geinduceerde cel groeit uit , stoffen zoals GFs en TPA beinvloeden de werking van de cel. *progressie, add mutaties ( omdat tijdens de deling de controle mechanisme minder goed werkt?) |
|
Waarin verschilt de tumorcel van de normale cel?
|
*Tumorogeen in naakte muis
*Onbeperkte levensduur *Autonome groei ( permamente stimulus tot groei door signale van oncogenen) *Gereduceerde vermogen tot differentieatie (DMSO) *Geen Go-fase *Afwijkende karyotype (afwijkende chromosoom patroon) *Mutaties in oncogeen supressor genen *Multidrug resistentie (ABC transporters, ATP afhankelik) |
|
Wat zijn de invitro verschillen tussen normale en tumorogenen cellen?
|
*morfologie : tumor cellen langwerpig
normale cellen rond. *verlies van contact-inhibitie: normale cellen stoppen met delen als monolag vol is. tumor cellen: nieuwe laag bovenop elkaar, multilagen van cellen "kris-kras" *anchoor independent growth |
|
Wat zijn de eigenschappen van de stamcellen?
|
1) onbeperkte levensduur
2)onbeperkt delen (telkomerase voegt stukje telomeer toe) 3)diff naar de progenitor cell ( beperkt aantal delingen) 4)Delen van stamcellen , geldt reniewal ( delen met behoud van stamcell character) 5)Stamcellen kunnen assymetrisch delen tot een stamcel progenitor cel. 6)Stamcellen kunnen symmetrisch delen (assymetrisch selfreniewal) 7) Multi lineage differentieatie |
|
Welke 4 soorten van stamcellen zijn er?
|
1) Embryonale stamcellen (4-5 dagen oude embryos)
*pluripotent = kunnen alle cellen in ons lichaam maken. *tumorogeen in vivo *genetische verschillend tussen verschillende patienten 2)adulte stamcellen *multipotent: kunnen in meerdere lineages differentieren. *betrokken bij weefsel regeneratie *niet tumorogeen in vivo *kunnen beperk in vitro gekweekt worden (intermediaire telomerase minder actief) 3) Induced pluripotent stem cel 4) Kanker stamcel |
|
Welke soorten adulte stamcellen zijn er?
|
*hematopoietische stamcellen
*mesenchymale stamcellen *neurale stamcellen |
|
In welke cellen kunnen hematopoietische stamcellen (cellen in niche van beenmerg) differentieren?
|
lymfatische B,C cellen, myeolide.
|
|
In welke stamcellen kunnen mesenchymale stamcellen differentieren?
|
Bot pg,krakbeen pg, vet pg, spier pg.
|
|
Wat zijn de voor en nadelen van embryonale stamcellen bij geneeskunde?
|
*ESC onbeperkte levensduur
*ze zijn genetisch anders voor de patienten die ze willen gebruiken. *ESC zijn tumorogen, dus eerst maar in vitro differentieren tot adulte stamcellen. *samenwerking met andere cellen, trial and error. |
|
Wat is somatic cell nuclear transfer?
|
De kern van patient inbrengen in embryonale stamcel>
|
|
Wat zijn de voor / nadelen van adulte stamcellen bij regeneratieve geneeskunde?
|
-moeilijk aan te komen
-cel uit een patient (kans op al aanwezige mutatie) MAAR geen risico op ontstaan van tumoren en adulte stamcellen blijken endogene herstelmechanismen te induceren. |
|
Wat zijn de IPScs?
|
a type of pluripotent stem cell artificially derived from a non-pluripotent cell, typically an adult somatic cell, by inducing a "forced" expression of specific genes.
|
|
Wat zijn de voordelen/nadelen van IPSCs?
|
*onbeperkte hoeveelheid
*kunnen differentieren naar alle celtypen *geen immunologische responsen *minder ethische problemen *? *ipsc lijken sterk op ESC *homologe recombinatie werkt alleen goed met ESC *inprinting fenomenen is moeilijk na te botsen *gepersonalizeerd medicijn *regeneratieve geneeskunde *geen oplossing voor tumoren |
|
Wat is somatic cell nuclear transfer?
|
De kern van patient inbrengen in embryonale stamcel>
|
|
Wat zijn de voor / nadelen van adulte stamcellen bij regeneratieve geneeskunde?
|
-moeilijk aan te komen
-cel uit een patient (kans op al aanwezige mutatie) MAAR geen risico op ontstaan van tumoren en adulte stamcellen blijken endogene herstelmechanismen te induceren. |
|
Wat zijn de IPScs?
|
a type of pluripotent stem cell artificially derived from a non-pluripotent cell, typically an adult somatic cell, by inducing a "forced" expression of specific genes.
|
|
Wat zijn de voordelen/nadelen van IPSCs?
|
*onbeperkte hoeveelheid
*kunnen differentieren naar alle celtypen *geen immunologische responsen *minder ethische problemen *? *ipsc lijken sterk op ESC *homologe recombinatie werkt alleen goed met ESC *inprinting fenomenen is moeilijk na te botsen *gepersonalizeerd medicijn *regeneratieve geneeskunde *geen oplossing voor tumoren |
|
Wat zegt de kankerstamcelhypothese?
|
* De uitgroei van tumoren vereist de permamente aanwezigheid van een pool van tumor-initierende cellen die veel eigenschappen gemeen hebben met adulte stamcellen.
*Kankerstamcellen kunnen differentieren tot niet tumor initierende cellen en kunnen als zodanig een heterogene tumor volledig recapituleren. *Niet elke delende cel kan een kanker cel worden (alleen een stamcel). |
|
Hoe identificeer je kankercellen?
|
*expressie van stamcellmarkers in tumoren.
*in vitroproliferatie assays (neurosphere,mammosphere) *cell scheiding op basis van afstoten fluorescentie dye (multidrug resistentie) |
|
welke kankerstamcellen en waar zijn kankercellen geidentificeerd?
|
*leukemische stamcellen:blood/beenmerg
*glioblastoma, groei in neurosphere *kiemceltumoren (teratocarcinoma) |
|
Wat verklaart IPP model en wat zijn de sterkste/zwakste punten van deze model?
|
SC theorie verklaart metastasering ???
|
|
Welke embryonale assen zijn er?
|
*anterior posterior (kop-staart)
*dorsaal-ventraal (rug-buik) *medio lateraal (binnen-buiten) |
|
Hoe ontstaan de assen in het lichaam?
|
Door de gradient door verschillende signaalstoffen.
|
|
Welke verschillende embryonale stadias zijn er en wat zijn de eigenschappen van deze stadia?
|
oocyte - onbevruchte cel
zygote - bevruchte cel morula - # delingen 1 celtype (klevingsdelingen) blastula - 2 celtype + vloeistofholte gastula - tenminste 3 celtypen ecto-,endo-,mesoderm |
|
Wat zijn de eigenschappen van kikker embryo?
|
*ontwikkeling 1 dag
*grote embryo 0.5mm *veel ORIs zodat die sneller kan repliceren *celcyclus 0.5 uur *veel ORIs korte S-fase *geen transcriptie (translatie materneel DNA) *grote embryo neemt niet toe alleen de aantal DNA neemt toe, de embryo wordt in stukken gedeeld. |
|
Hoe ontstaat een amnterior-posterior as ?
|
Deze is bepaald door zwartekracht
|
|
Hoe ontstaat een dorsal-ventrale as?
|
door de deling bij SEP en grey crescent
|
|
Hoe verlopen de delingen bij de embryo?
|
1ste deling gaat van boven naar beneden ( door zwartekracht )
2de deling > boven-beneden loodrecht op de 1ste deling 3de deling horyzontaal > bovencellen (animale) en ondercellen(vegetatieve). |
|
in welke fase wordt de transcriptie aangezet bij xenopus?
|
in de mid blastula fase. Aanzetten transcriptie > nieuwe weefsels maken.Dus geen klevingsdelingen meer.
|
|
Wat is de verhouding van ecto-,meso-,endoderm in embryo ( gastrula) in xenopus embryo?
|
Ectoderm bovenste laag ( de helft vd embryo)
Mesoderm een laag cellen tussen ecto en endoderm Endoderm onderste laag |
|
Geef karakteristieke van muis embryonale cyclus.
|
*Embryogrotte: 10 um
*Duur van de cylcus 20 dagen *eigen transcriptie van DNA *er zijn tight junctions, bevorderen eenrichting transport in de polaire cellen. *placenta buiten de embryo |
|
Hoe wordt glucose in de polaire cellen opgenomen?
|
mbv Na gradient.
|
|
Wat is compaction?
|
Process van tight junction vorming (zorgen voor celpolariteit) van marula naar vroege blastula.
|
|
Hoe ontstaat de muis embryo? teken
|
Zygoot (meteen al eigen transcriptie) > morula > vroege blastula.
|
|
Welke cellen zijn in de vroege blastula van muis aanwezig?
|
boven: inner cell mass.
beneden: holte + vloeistof buiten: tropoectoderm. |
|
Wat is apicale kant met betrekking tot muis embryo?
|
apicale kant - microvilli, buitenkant
|
|
Wat is basolaterale kant met b. tot muis embryo?
|
de binnenkant van de embryo.
|
|
Wat zijn de bepangrijkste componenten van de polaire cellen van de muisembryo ( cellen met microvilli)
|
*Na/glu co transporter
*glucose carrier *Na/K ATPase |
|
Wat wordt uitendelijk de tropoectoderm in de muis embryo?
|
placenta
|
|
Wat wordt de inner cell mass in de muis embryo?
|
deze worden alle cellen van de embryo.
|
|
What is chimera mize?
|
Each population of cells keeps its own character and the resulting animal is a mixture of tissues.
|
|
Transgenic mize?
|
The first involves pronuclear injection into a single cell of the mouse embryo, where it will randomly integrate into the mouse genome. The other sort of transgenic mice is knockout mice.
|
|
Wat is genomic imprinting ?
|
Genomic imprinting is a genetic phenomenon by which certain genes are expressed in a parent-of-origin-specific manner.
een manier om dat te bereiken is door methylering van de promotor regio van de gen. |
|
Wanneer komt EGF2 vrij?
|
EGF2 komt vrij wanneer cel door verwonding kapot gaat, grijpt aan de naburige cel.
|
|
Wat is BMP uit TGFB damilie?
|
bone morphogenic protein ( botvorming, tegengaan neurogenese)
|
|
Welke oncogene producten zijn er?
|
1.Groeifactoren
2.Groeifactor receptoren 3.Second messendgers 4.Nucleaire eiwitten |
|
Welke oncogene groeifactoren zijn er en bescrijf ze kort?
|
*SIS (PDGF-beta gen) /Simian sarcoma virus
-auto,para-,endocriene groeistimulatie -geen mutatie in eiwit, wel mutatie in de regulerende sequentie - promotor. *KFGF (kaposi FGF):FGF4 -c-onc geen v-onc -mutatie regulerende seq > autocrien |
|
Welke oncogene producten in GF receptoren zijn er, geef korte beschrijving?
|
1. EGF rec.
-kippe erythroblastoma virus > V-ErbB-getranceerde EGF receptor ( geen GF bindende sequencie, staat altijd aan) V oncogen dus. 2.ErbB2 orphaan receptor, wt overexpressie > borsttumoren. 3.V-fms ( felino myosarcoma) -C-fms > CSF1 receptor CSF1R: 5 extracellulaire immunoglobine domainen. mutatie in de 3de en 4de >> constitutief actief , bindt nog steeds CSF1. -kortsluiting, autocriene groei. |
|
Wat doet SH2 domein?
|
Bindt Y-P op TK staard, daarna fosforyleert de TK de tyrosines op het substraat, hierdoor wordt deze actief.
|
|
wat is PI3K
|
phosphatidil inositol 3-kinase - breekt fosfolipiden
|
|
Wat doet PIP3?
|
activeert Akt/PkB die remt apoptose
|
|
wat gebeurt er met PIP2 in de model?
|
*het induceert aanmaak van PIP3, PTEN kan dit process remmen.
*het kan door PLC in DAG en IP3 gesplitst worden. DAG>PkC>Raf IP3>cytoplasma>[Ca2+]gaat omhoog. |
|
Wat is SOS?
|
SOS bevat G protein exchange factor activiteit en laadt RAS op.
|
|
Door welke moleculen wordt Raf geinduceerd?
|
PkC en Ras-GTP.
|
|
Wat gebeurt er tijdens de hydrolyse van GTD met G-receptor subunits?
|
b+y subunits gaan uit elkaar van GDP-a subunit, wanneer er m.b.v GEF weer GTP wordt dan komen a,b en y subunit bij elkaar.
|
|
wat is een V-onc?
|
RNA tumor virus
|
|
Wat is c-onc?
|
* mutatie in c-protooncogen.
|
|
Waarom zijn de virussen eigenlijk dierspecifiek?
|
door de env gen sequentie, dus door de gen die codeert voor enveloop.
|
|
Welke inhibirende factoren induceert TFGbeta?
|
CDKI/INK en CDKi/CIP
|
|
Welke kinases en cyclines remmen CDKI/INK en CDKi/CIP?
|
CDKI/INK remt Cycl D / CDK4 en CDKI/CIP remt CYCLE/CDK2
|
|
Welke factor induceert Erk?
|
Cycl D en CDK4
|
|
Wat is het verschil tussen ESC en ASCs qua potentie tot differentiatie?
|
ESC kunnen naar alle celtypes differentieren en ASC zijn alleen maar multi potent (kan nageslacht maken van verschillende celtypen).
|